Haastig stapte ik uit de trein, op het station Brussel-Schuman, met mijn vouwfiets in de hand, snel snel naar het beeldscherm met de aankondigingen van de treinen, om te zien of ik daar nog een eerdere trein naar Dilbeek kon nemen, of terug in de trein moest klimmen om via Brussel-Noord te rijden. Terwijl ik met een krachtdadige zwaai het fietsje in het sas plofte, zag ik een vrouw beteuterd speuren naar beneden, naar de sporen. Ze wees naar haar linkerschoen. “Ai nee! … Niets meer aan te doen” zuchtte ze onder het gesis van de sluitende deuren. Ze keek me aan met een wanhopige blik, die al gauw plaats maakte voor een hikkende glimlach. Ze vertelde me dat ze bij het instappen met haar schoen was blijven hangen aan een trede. De schoen gleed gemakkelijk van haar in nylonkous geklede voet, en dat was dat.
Dapper trok ze haar andere schoen uit. “Dan moet ik straks maar blootvoets naar de parking stappen”. “Dat is een goede oefening in concentratie en coördinatie” wist ik haar te zeggen. “Hoe bedoelt u?”, vroeg ze. “ Wel, blootvoets stap je veel bewuster en geconcentreerder, je beweegt je anders, minder zorgeloos, met aandacht.” Voor vijf seconden stond haar gezicht op ernstig nadenken. “Ja, inderdaad, er ligt ook van alles zoals glas waar je niet wilt in gaan staan.”
Aangekomen in Brussel–Noord zag ik hoe ze, op haar nylonkousen, gehaast dribbelde naar de treinbegeleider, en begon heel visueel haar verhaal te doen, met gemeende gebaren – alsof haar schoen niet in Schuman lag maar daar waar ze wees, recht beneden op het spoor. Ik kon een gniffellachje niet onderdrukken. Prachtig gewoon. Nee dat was heus geen leedvermaak, spot of zelfvoldaanheid – maar het was echt zo grappig om te zien. Oh had ik maar een camera bij de hand dacht ik toen. Ze zag me staan en wuifde met haar rechterschoen en een vriendelijk knikje. Ik tikte tegen mijn pet en dook de trap af, in een donkere gang – want ik had mijn zonnebril nog op.
Die hield ik maar eens op, de hele reis, ook al was het bijna donker. Zo deelde ik even de ervaring van Bea, die haar linker brilleglas verloor, en nu auto rijdt – ook in het donker – met haar zonnebril op sterkte.
Nou mevrouwtje, ik hoop dat je ongeschoende voeten, straks geen glasscherven ontmoeten.




