Niets bestaat niet


Het is echt een grote vergissing, ons concept ‘niets’. ‘Niets’ zien we als het ontbreken van alles. Een leegte, vacuüm, de interstellair ruimte – maar dit is zeker niet leeg, het is allemaal héél wat, gevuld met gassen, stofdeeltjes, sub-atomaire deeltjes maar vooral ook licht, magnetische velden en graviteit, die zich voortbewegen als golven over een onzichtbaar medium – het weefsel van ruimte.

Hoe komen we begot dan eigenlijk aan dat ‘niets’?

Dat is niet zo moeilijk. Het ligt namelijk in de aard van onze perceptie. We richten ons op een detail in onze ervaringswereld (we kunnen niet anders): daar hebben we ‘iets’. Al de rest is aan onze aandacht onttrokken, en we noemen dat ‘de wereld’. Buiten het spectrum van de wereld die we kunnen waarnemen en kennen, ligt ongetwijfeld een onmetelijk grote ‘andere’, onkenbare wereld – immers we kunnen afleiden dat er meer is dan we kunnen waarnemen, doch het blijft gissen naar wat. Wel weten we dat hetgeen we waarnemen, slechts een onnoemelijk klein detail is in het totaal van wat er is. We weten, dat onze waarneming zielig beperkt is en dat er meer, véél meer is dan we weten of zelfs maar ons kunnen voorstellen. Enige bescheidenheid is hier op zijn plaats.

‘Niets’ is al hetgeen we ons niet van bewust zijn. En dat is veel, onnoemelijk veel, ja ik durf met zekerheid stellen: oneindig veel. 

Het woordje ‘niets’ is dan ook voor mij een herinnering aan de vergissing, te denken dat we alles weten of kunnen weten, en staat symbool voor de beperktheid van ons bewustzijn. 

Het rare is nu, dat ‘niets’ een mentaal begrip is dat niet bestaat in de realiteit, maar eens dat we dit beseffen, krijgt ‘niets’ een nieuwe – en ditmaal geldige – functie: het roept respect op, bescheidenheid, en diepzinnige vragen over hetgeen we niet kunnen waarnemen en bedenken.

Poëtisch uitgedrukt: het ‘niets’ is de moederschoot van het universum.

Hoe is het universum uit het ‘niets’ ontstaan? Wat was er voor de oerknal? Het MOET toch zijn dat er voorafgaand aan de bigbang, aan het IETS, dat er ‘niets’ is geweest. Een pure leegte aan de start, van waaruit het alles begon.

Echter, we slaan de gedachte over dat het juist wel eens geheel anders zou kunnen zijn. Het werkelijk niets heeft wellicht nooit bestaan, en is het iets er altijd geweest – en dan voel je aan je water dat er inderdaad iets schort aan onze denkbeelden. Je zou deze zin in de geest kunnen maken: ‘het universum heeft altijd al bestaan, en zal ook voor eeuwig blijven bestaan’. Dit klinkt aanlokkelijk, maar op de korrel genomen blijft er van deze zin geen spaan heel als je de woorden gaat bekijken voor wat ze nu werkelijk waard zijn. Vervolgens tuimel je in een zwart gat, beseffend hoe zielig beperkt onze taal, denkvermogen en bewustzijn in feite zijn als het gaat om deze dingen die werkelijk onze pet te boven gaan – en mochten we het toch proberen om verder te gaan op zulke gedachten dan eindigen we in complexe quantum-of stringtheoriën, of een roes van mystieke of religieuze sensaties, die ons dan de ultieme bevestiging bieden om te kunnen geloven dat we iets zinnigs bedacht hebben. Waarschijnlijk heeft dat weer te maken met de temporaalkwab, die geprikkeld wordt wanneer de rest van het brein het niet aankan.

Terugkerend naar de realiteit zie ik in dat het goed is om op onze eigen schaal te leven, te denken en proberen te overzien. Grote dingen, de vragen die ‘niets’, altijd’ en ‘almacht’ oproepen zijn gewoon ongrijpbaar voor ons. Gelukkig zijn er religies die een pseudo-verklarend begrippenstelsel bieden, waarmee men een kurk kan steken op dat vat met grote vragen, en met een gerust hart verder leven in de eigen kleinschalige werkelijkheid.

Edwin Groenendijk 2006

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *